Ik was belangrijk voor je.
Jij was belangrijk voor mij.
Ook al waren wij op veel vlakken verschillend.
Juist door die verschillen vulden wij elkaar aan.
Als ik het moeilijk had, was jij daar.
Als jij het moeilijk had, was ik er voor jou.
Wij waren vrienden, door dik en dun.
Wij waren maatjes, door dik en dun.
Een band die méér is dan met andere vrienden, hoe goed vriendschapsbanden ook kunnen zijn.
We waren elkaars gezelschap.
Ook als we apart bezig waren.
Want we wisten ons geliefd en gesteund door mekaar,
bekommerd om mekaar, gehecht aan mekaar,
gedragen door mekaar.
Thuis bij elkaar ...

Geen opmerkingen:
Een reactie posten